|
|
We hebben altijd koning Bhumibol nog’
Toen de Thaise militairen in september 2006 een staatsgreep pleegden, beloofden
ze voor 2008 nieuwe verkiezingen. Ze hielden woord. Maar wat is democratie in
Thailand?
Khonkaen, 22 dec. Het wijkhoofd is zoek, waarschijnlijk ergens in het
tempelcomplex aan de overkant van zijn kantoortje. Daar zijn boeddhistische
monniken bezig om het betonnen hekwerk schoon te krabben en van een nieuw
verflaagje te voorzien. Het is de droge tijd hier, een goed moment. Daar is
inderdaad ook Chaleom Sopa – onmiskenbaar een wijkhoofd met zijn gele T-shirt
als kleur van de monarchie en de mobiele telefoon aan zijn riem als bewijs van
bestuurlijke vooruitgang. „Nee, het dorp is niet bepaald in rep en roer over de
terugkeer van de democratie.” Het maakt verder geen verschil.
Na de staatsgreep van 19 september vorig jaar en de verdrijving van premier
Thaksin Shinawatra in Thailand zijn er morgen voor het eerst weer verkiezingen.
De militairen hebben woord gehouden, de democratie zal zijn teruggekeerd voor
2008. Er kwam een nieuwe grondwet, er kwamen extra bevoegdheden voor het leger
en de politieke partij van Thaksin, Tai Rak Tai, werd verboden. Omdat de
staatsgreep de instemming had van de koning, maakte niemand zich er verder ook
erg druk over. Ook de aandelenbeurs niet.
Dit dorpje Nonemuang in het oosten van Thailand – niet ver van de
provinciehoofdstad Khonkaen – stemde anderhalf jaar geleden nog voor negentig
procent voor de populist Thaksin. Er is nu een nieuwe partij, de Partij voor
Volksmacht, die zich opwerpt als opvolger van Thaksins verboden groepering. Haar
lijsttrekker oogt zelfs een beetje als de bodyguard van Thaksin. Deze partij zal
het hier in Nonemuang dus wel goed doen?
Wijkhoofd Chaleom Sopa: „Dat kun je niet voorspellen. Hoewel het verboden is,
worden hier op het platteland volop stemmen gekocht. Je krijgt 300 baht (6 euro)
en dan stem je zoals gevraagd.” Voor dat geld koop je trouwens twee stemmen,
want de vrouw stemt doorgaans hetzelfde als haar man.
Het boeddhisme helpt de democratie ook niet echt, want dat je wat terugdoet voor
iemand die jou geld geeft, zit diep in de religie ingebakken – dieper dan het
inzicht dat zoiets haaks staat op de bedoelingen van democratie. Het
regeringsbesluit om klokkenluiders fors te belonen – 2500 euro – zal derhalve
waarschijnlijk zonder betekenis blijven. Het is trouwens ook vragen om
verbanning uit het dorp, wanneer hier in Nonemuang iemand een bekende zou
aangeven bij de politie.
Het wijkhoofd heeft de indruk dat het kopen van stemmen dit keer vooral via
benzine-geld loopt: „Mensen keren niet zomaar met de brommer naar hun dorp terug
om even te gaan stemmen. Maar als de benzine wordt vergoed en je gratis de
familie weer kunt zien, ja dan wordt het iets anders.” Een nog vindingrijkere
vorm van stemmen kopen is het gokspel: een tussenpersoon zorgt voor een inleg,
je wedt op de winnende partij in je dorp en de inleg wordt onder de winnaars
verdeeld.
Stemmen kopen is in democratieën in Azië niet ongebruikelijk, maar Thailand
spant in deze traditie de kroon. Directeur Supavud Saicheua van Phatra
Securities, die het economisch onderzoek doet voor onder meer Meryll Lynch,
schat de extra injectie in de economie hierdoor op zo’n 700 miljoen euro. Een
reusachtige vorm van herverdeling van welvaart in wezen, als het niet zo haaks
op het idee van democratie zou staan. En als het door de gekozenen niet op een
of andere manier zal moeten worden terugverdiend. Thaksin bijvoorbeeld gaf als
premier het platteland gratis kredieten en een deel ging inderdaad in kleine
micro-investeringen. Maar een ander deel ging naar nieuwe mobieltjes en de
belangrijkste profiteur daarvan was het telecombedrijf van de premier zelf.
Volgens Chaleom Sopa is de uitslag lastiger te voorspellen dan de populariteit
van de politieke balling Thaksin zou suggereren. Hem en een aantal van zijn
partijgenoten van weleer is de toegang tot de overigens toch maar zeven dagen
durende campagne ontzegd. Een politieke kandidaat van de Partij voor Volksmacht
die een dvd van Thaksin voor zijn publiek liet zien, wordt daarom waarschijnlijk
zelfs door het kiescomité gediskwalificeerd.
De twee belangrijkste kandidaten zijn de nieuwe leider van de Thaksin partij,
Samak Sundaravej, en zijn tegenstrever Abhisit Vejjajiva van de Democratische
partij. Wie naar programmatische verschillen zoekt tussen beiden, kan lang
zoeken. Allebei zijn ze voor extra hulp aan de boeren en allebei voor meer metro
en ‘luchttreinen’ in Bangkok. Allebei willen ze meer onderwijs en bijna gratis
gezondheidszorg. Allebei hebben ze dezelfde lessen van de populistische,
succesrijke maar nogal corrupte Thaksin ter harte genomen.
Maar verder vertegenwoordigen zij twee verschillende werelden die als
sociologische aardlagen over elkaar heen schuiven in een land dat 25 jaar
geleden nog Derde Wereld was en nu is snel tempo aan het moderniseren is:
enerzijds is er de klassieke elite van monarchie, leger en stedelijke
middenklasse, anderzijds zijn er de nieuwe rijken van de internetrevolutie, de
telefonie, de media-imperia met hun oog voor marketing, slogans voor de kleine
man en hun grote mond. Het is autoritaire prudentie versus agressief populisme.
Suthiphun Jitpimolmard is een typische vertegenwoordiger van de gematigde
krachten. Hij is neuroloog van beroep, leidt ook nog een
sociaal-wetenschappelijk onderzoeksinstituut aan de grote universiteit van
Khonkaen en was fel in verzet destijds tegen Thaksin. Sutiphun: „Als je een
oordeel wilt vellen over de democratie in dit land moet je Europa achter je
laten. Democratie zit hier niet diep. Opgeleide mensen halen voor politici hun
neus een beetje op, en niet-opgeleide mensen zien het allemaal als één pot nat.
Verkiezingen zijn voor hen een aardigheidje, want je kunt van een of andere
tussenpersoon misschien wat geld krijgen om te gaan stemmen. Meer niet.”
Suthiphun (49) is er niet gerust op. „Als de opvolgers van Thaksin winnen, komt
die man terug, dan gaat het corruptieproces tegen hem waarschijnlijk niet meer
door, dan gaan de mensen in Bangkok weer de straat op. Ik voorzie dan een hoop
instabiliteit.”
Een paar jaar lang liepen de mensen in Thailand voornamelijk in gele shirts om
hun aanhankelijkheid jegens koning Bhumibol te tonen. Maar ineens is daar nu de
kleur roze. Niet her en der, maar overal. In de reusachtige, fonkelende
winkelcentra van Bangkok knalt het roze de bezoeker in vele tinten tegemoet, een
‘roze Kerstmis’ wenst de winkel zijn klanten en roze poloshirts wedijveren op
straat in aantal met geel.
Wat is het geval? De koning droeg bij ontslag uit het ziekenhuis een tijdje
geleden, onverwachts en opvallend genoeg, een zijden roze colbertje. Nu de
koning net tachtig jaar is geworden moest dat toepasselijk worden gevierd. De
hommage van de natie gaat derhalve nu spontaan in roze.
En roze overstraalt alles – ook de verkiezingen. De aanwezigheid van de mateloos
populaire, enigszins democratisch gezinde, maar au fond almachtige koning maakt
de rest allemaal betrekkelijk. Hij zorgt wel voor stabiliteit, hij zorgt wel dat
de dingen ook na de verkiezingen niet uit de hand lopen.
Dat zo’n laatste vangnet voor stabiliteit een kwetsbaar vangnet is, omdat het om
een individu gaat en niet om een systeem, dat ook Bhumibol niet het eeuwige
leven heeft, dat wil geen mens in Thailand gezegd hebben.
„Iedereen verdringt dit”, aldus een gezaghebbend maar anoniem bestuurder in
Bangkok. „En omdat iedereen het verdringt, maakt niemand zich erg druk om deze
verkiezingen. Want we hebben toch altijd koning Bhumibol.”
In februari 2001 wordt de zakenman Thaksin Shinawatra premier van Thailand.
Vier jaar later behaalt zijn partij opnieuw een grote overwinning, ondanks
toenemende verhalen over corruptie.
In april 2006 wint Thaksin vervroegde verkiezingen, die later ongeldig worden
verklaard.
Op 19 september 2006 grijpt het leger in. Thaksin wordt afgezet. Inmiddels wordt
hij vervolgd voor corruptie en is zijn partij ontbonden.
Naar de nieuwspagina 
|
|