135 pagina's Thailand informatie

Verhalen

Van man naar vrouw in Thailand.  Jose (62) is een elegante verschijning. Witte pantalon, rood bloesje erboven en bijpassende rode pumps en kralenketting. Trots stroopt ze haar broekspijpen op. ‘Kijk, echte vrouwenbenen, vind je niet?’Tot vier jaar terug ging Jose door het leven als man. Ze was 24 jaar getrouwd, kreeg ‘een schoonheid van een dochter’ en liet aan niemand merken dat ze eigenlijk een vrouw in een mannenlichaam was. Toen haar huwelijk in een scheiding eindigde, besloot Jose dat ze wilde worden wie ze altijd al was: een vrouw.


Ze meldde zich aan bij het zorgcentrum Genderdysforie van het VU medisch centrum. Een speciaal team stelt daar vast of mensen die zich aanmelden (ongeveer 150 per jaar) ook echt transseksueel zijn.
Het traject van de VU duurt Jose te lang. ‘Pas vijftien maanden na mijn aanmelding kon ik beginnen met mijn hormoonbehandeling. Daarna zou ik nog meer dan twee jaar moeten wachten op mijn operatie. Terwijl ik ondertussen wel als vrouw leefde. Via een speciale nieuwsgroep op internet kwam ik terecht bij de kliniek van dokter Suporn in Thailand. Ik bekeek de folders met foto’s van zijn werk en besloot mijn geslachtsoperatie daar te laten doen. Ik heb 10.000 euro geleend van vrienden, ben naar Thailand gereisd en drie dagen na aankomst lag ik op de operatietafel.’
Jose is niet de enige transseksueel die naar het buitenland vertrekt voor een vaginaplastiek of een penisconstructie. In Nederland duurt het jaren voordat een transseksueel na aanmelding ook echt geopereerd kan worden. Transen worden soms ongeduldig en vertrekken naar Thailand, Belgie, Canada of de Verenigde Staten. Ook kiezen ze voor een borstvergroting steeds vaker voor het goedkopere Thailand, Belgie of Turkije, nu verzekeraars borstvergrotingen of protheses niet meer vergoeden.
Transseksuelen wisselen op internet tips uit over de beste buitenlandse artsen. Een vijftal Thaise chirurgen is populair; hun operatietechnieken doen zeker niet onder voor het westen, maar de prijs ligt aanzienlijk lager en patienten worden razendsnel geholpen. Klinieken maken reclame op sites, met foto’s waar nieuwe vagina’s te bewonderen zijn.
Jose’s plastisch chirurg Suporn Watanyusakul in Bangplasoi staat goed aangeschreven. Een woordvoerster van de kliniek: ‘Wij opereren zo’n tweehonderd buitenlandse patienten per jaar. Zij komen voor de geslachtsoperatie, maar ook om met plastische chirurgie het gezicht vrouwelijker te maken. Het merendeel van onze patienten komt uit de Verenigde Staten. De laatste vier jaar komen Nederlandse transseksuelen ook naar ons toe, inmiddels zijn het er zeven tot tien per jaar.’
Ook andere Thaise klinieken vertellen dat Nederlandse transen het land vaker weten te vinden. Het Preecha Institute, waar een geslachtsoperatie al voor 8.600 dollar mogelijk is, spreekt over gemiddeld tien Hollandse patienten per jaar. Daar zitten ook transseksuelen tussen die alleen voor een borstvergroting komen.
Mick Trotsenburg, directeur van het zorgcentrum Genderdysforie van het VUmc is niet blij met de operaties in het buitenland. Vooral de geslachtsoperaties in het verre Thailand zitten hem dwars. ‘We weten niet precies hoe vaak het gebeurt, maar het gaat wel om een aanzienlijk aantal patienten. In Nederland werken we volgens een secuur protocol. Een team van psychologen, psychiaters en artsen bekijkt of iemand ook echt transseksueel is en een nieuw leven als man of vrouw aankan. De transformatie is heel zwaar, dus het is belangrijk dat het zorgvuldig gebeurt.’
In Thailand is een verklaring dat de patient transseksueel is voldoende om geopereerd te worden. Trotsenburg: ‘Iedereen kan daar zo’n verklaring opstellen. Ons zorgvuldige proces wordt daar overgeslagen.’
En dan zijn er nog de complicaties. Bij geslachtsoperatie kan van alles mis gaan. Mick Trotsenburg: ‘De huid die is gebruikt voor de constructie van de vagina kan afsterven en er kunnen ernstige infecties ontstaan. Bovendien is het resultaat – ook in Nederland – esthetisch niet altijd in een keer goed. Als het misgaat, zijn patienten te ziek om op het vliegtuig te stappen en er moet soms snel ingegrepen moet worden. Dan komt het op ons bordje terecht. Dat is al een paar keer gebeurd..’
Ook Jose kreeg een ernstige complicatie. ‘De huid van mijn nieuwe vagina werd helemaal rauw. Ik werd gek van de pijn. Ik mailde met de kliniek in Thailand, maar ik kreeg steeds te horen dat het vanzelf over zou gaan. Toen ik er echt niet meer tegen kon, ging ik naar de VU. Ik kreeg onmiddellijk medicijnen tegen infecties en moest acuut opnieuw onder het mes. Dat ging allemaal maar net goed. Toch ben ik blij dat ik het zo heb gedaan, anders was ik nu nog niet geopereerd.’

 

Thailand Onderhandelen over bruidsprijs
Trouwen met een Thaise betekent betalen

Door: John Sarbach

Trouwen met een Thaise is ‘really easy, honey’, zei Sothaporn tegen haar Nederlandse vriend John. Ze huwen dit jaar, maar eerst moet John bij zijn schoonouders komen. Daar valt het begrip ‘Sinsod.’
Ik zit in Isaan, de armste provincie van Thailand. De meeste mensen verdienen hier minder dan 3.000 Bath (ongeveer 65 euro) per maand. Sothaporn Saiphin (34), mijn vriendin en aanstaande, heeft me meegenomen naar het huis van haar ouders in Patio, bij de grens met Laos. Het is ochtend en ik geniet nog even van de koele wind, straks wordt het weer tegen de 40 graden aan. Mijn toekomstige schoonouders, de oudste zus en de jongste broer van Sothaporn schuiven aan. En ten slotte ook mijn aanstaande zelf. De spanning stijgt met de minuut. Dan zegt vader iets in Isaan, een soort Fries voor Hollanders. Schoonpa wil weten of ik klaar ben voor ‘Sinsod’.

Echte liefde
Ik heb mijn vriendin ontmoet in Bangkok. Toen ik haar zag staan sloegen de vonken meteen over, liefde op het eerste gezicht. Van beide kanten. Dat weet ik zeker. Want ook ik ken de verhalen over Thaise vrouwen. Mannen die massaal voor hun charme vallen en vervolgens financieel worden uitgekleed. Thaise Schatjes van Charles Schwietert is een goed leerboek. Net als iedereen in dat boek dacht ik ‘mijn vriendin is anders. Die doet dat niet. Dit is echte liefde.’ En dus vroeg ik haar ten huwelijk. Want trouwen is ‘really easy’ in Thailand, had ze me verzekerd.
Maar nu zit ik bijna 10.000 kilometer van huis en moet over Sinsod gaan onderhandelen; een bruidsprijs. Dat vertelde Sothaporn me pas toen ik weer thuis was. Achteloos, tijdens een van de dagelijkse skypegesprekken. Ik hoorde haar uit: hoe gaat het in zijn werk en hoeveel gaat het me kosten? Ze praat er niet graag over, maar beetje bij beetje komt eruit dat de Sinsod een soort afkoopsom is. Alleenstaande vrouwen (en soms ook mannen) sturen elke maand geld naar hun ouders. Als dank voor de goede opvoeding, maar vooral om de ouders een goede oude dag te geven. Als je trouwt en je voor je eigen familie moet zorgen, word je grotendeels van deze plicht ontslagen. Maar de ouders moeten ook in hun onderhoud blijven voorzien. En daarom is het gebruikelijk dat de bruidegom bij de bruiloft een bedrag betaalt voor zijn bruid. Tijdens de bruiloft wordt het op een grote schaal gelegd. Zodat iedereen kan zien dat Sothaporn een goede partij aan de haak heeft geslagen.

Openingsbod
Als ‘farang’ (westerling) word ik geacht rijk te zijn en moet ik meer voor mijn bruid betalen dan een Thaise man zou moeten. Mijn aanstaande vader doet een openingsbod; 100.000 bath (2.200 euro). Moeder vindt dat te weinig en eist 50.000 bath meer. Ik probeer er rustig en cool uit te zien, maar ‘Ik ben hier mijn vrouw aan het kopen’, schiet steeds door mijn gedachten. Ik ga toch akkoord: Sothaporn kost me 150.000 bath (3.200 euro). Ik slaak een zucht van opluchting. Dat hebben we achter de rug.
Maar dan vraagt moeder 10 bath aan goud. Ik snap er niks van. Hoeveel goud kun je voor 22 eurocent nu kopen? Ik vraag het, maar krijg er geen antwoord op. Ik besluit dat het wel iets symbolisch zal zijn en ga akkoord. Een blunder van jewelste. Want na een paar dagen krijg ik een mailtje van een kennis die al eerder met dit bijltje gehakt heeft. Bath is niet alleen de lokale munt, maar ook een inhoudsmaat: 15,24 gram. Ik maak snel een rekensom. 150 gram met de huidige goudprijs: nog eens 150.000 bath! Dit goud is voor de bruid, om haar financieel niet afhankelijk te laten zijn van haar man. Als ze geld nodig heeft, kan ze het goud verpanden. Maar 6.500 euro wordt me te veel en ik suggereer dat het hele feest niet doorgaat.

Gezichtsverlies
Met tranen in haar ogen begint mijn aanstaande druk met haar familie te bellen. En ineens is alles weer open. Ik stel dat ik niet wil dat haar ouders een slechte oude dag hebben. Sothaporn stelt dat ik het goud mag laten zitten. Uiteindelijk wordt besloten om voor de bruiloft dan maar overal goud vandaan te halen. Dat daarna gewoon weer naar de eigenaren terug gaat. Ook dat is Thailand. Meesters in het voorkomen van gezichtsverlies.


 

 

Reisverhaal : Alleen naar Pattaya !

Alfred is 46 en zijn drogisterij in Enschede loopt geheel op rolletjes. Dat kun je niet meer van zijn huwelijk zeggen. Drie jaar geleden besloten hij en Nancy, na een huwelijk van bijna 20 jaar, te gaan scheiden. Zij had al langere tijd een vriend, maar Alfred merkte daar nooit iets van, hij was druk bezig met de drogisterij. Na zijn scheiding had hij hulp nodig in de winkel, zijn vrouw was er immers niet meer. Een meisje met een oosters uiterlijk van 18 jaar werd aangenomen en in de afgelopen 3 jaar had zij zich tot een zelfstandige winkelchef ontwikkelt. Alfred keek vaak 'stiekem' naar haar. Hij vond haar erg aantrekkelijk en de laatste tijd droomde hij zelfs van haar. Niet dat hij haar ooit aanraakte hoor, nee zoiets dat doet Alfred niet. Maar dromen dat kan wel. Nu zijn winkelmeisje hem prima kon vervangen wilde Alfred wel eens op vakantie. Dat was hij al heel lang niet meer geweest. Van een kennis die ooit eens naar Pattaya in Thailand was geweest had hij verhalen aangehoord die enige overeenkomsten hadden met zijn dromen over het Aziatische winkelmeisje. Op een dag was het zover. Alfred reisde naar Bangkok, vandaar door naar Pattaya. In de middag was hij lekker naar het strand geweest, lekker eten en tsjaa....inderdaad ook lekkere meiden. Na het avondeten ging Alfred een stukje wandelen. Nou ja....wandelen? Hij tuimelde bijna van de ene in de andere girlie-bar. Overdag merkte je daar niets van maar in de avond was alles anders. Alfred werd overdonderd door 'brutale' meiden die hem aanspraken. Iets terugzeggen durfde Alfred niet. Alle dames waren zo mooi, nog mooier, nog...... dan in zijn dromen over zijn winkelmeisje. Maar in deze drukte met harde muziek voelde Alfred zich niet erg op zijn gemak. Bovendien waren de dames wat al te vrijpostig, zou vond Alfred. Dus wat doet een drogist uit Enschede dan, die zoekt een gelegenheid uit, waar hij zittend aan de bar rustig een flesje bier kan drinken het geheel rustig bekijkend. Na een paar minuten komt er, enkele barkrukken verderop, een mooie vrouw zitten. Eerst doet Alfred net of hij haar niet opgemerkt heeft, hij kijkt net als in de winkel, stiekem naar haar. Langzaam wordt hij iets brutaler en bij het tweede flesje bier kijkt hij haar kant op. Hun blikken kruisen elkaar, het meisje slaat verlegen haar ogen neer. Dit is meer het niveau van Alfred, geen brutale blikken deze keer. Nu moet hij nog bedenken hoe hij met haar in contact komt. Naar haar toelopen durft hij niet echt. Na een paar minuten, als zij weer zijn richting uitkijkt, wijst hij op zijn flesje bier en maakt een gebaar van 'wil je ook iets drinken?' Het meisje lacht verlegen maar komt op de kruk naast hem zitten. Ze wil gewoon een softdrink, geen bier. Veel Engels spreekt het meisje niet. Alfred is ook niet echt een versierder, dus de communicatie verloopt stroef en langzaam. Maar na een uurtje weet Alfred dat ze Noi heet, 24 jaar en gescheiden is en uit de plaats Korat komt. Niet dat Alfred weet waar dat ligt, maar je moet het toch ergens over hebben. Zo blijkt ze ook nog een dochter van 4 jaar te hebben, die woont bij Oma. En.....Alfred hoort goedkeurend aan dat ze hier vandaag voor het eerst is. Ze komt hier dan wel om geld te verdienen, maar zij is toch echt anders dan al die anderen.

De vakantie dagen vliegen voorbij en Alfred is al ruim een week verliefd. Hij heeft nog geen minuut aan de drogisterij gedacht. Natuurlijk, hij betaald voor haar gezelschap, maar dat geld is eigenlijk voor de oma. Voor de opvoeding van haar dochter. Niets ordinairs dus, Alfred voelt het zelfs als een soort plicht. Op de laatste vakantiedag breekt bij Alfred een beetje paniek uit. Hij is stapel verliefd en wil Noi nooit meer kwijt raken. Samen bespreken ze hun toekomst. Alfred geeft haar voldoende geld om uit de bars te blijven en in Korat haar kind te kunnen opvoeden. Binnen 3 maanden zal hij bij haar terugkeren en zullen ze samen naar een woning gaan zoeken. Het afscheid is erg moeilijk, maar ze kunnen wel bellen of email contact onderhouden.

Terug in Nederland treft Alfred de drogisterij in uitmuntende toestand aan. Zijn winkelchef heeft van de gelegenheid gebruik gemaakt om de boel eens lekker te veranderen en Alfred moet toegeven: Het ziet er zelfs beter uit dan ooit. Dit geeft hem een goed gevoel voor de toekomst, want hij wil toch zo spoedig mogelijk terug naar Noi. Als Alfred de volgende dag zijn email ophaalt treft hij tot zijn opluchting een bericht van Noi aan. Helaas is het niet zo'n heel goed bericht, want Noi's dochter is ernstig ziek geworden heeft op korte termijn medische hulp nodig. Dit kan echter niet betaald worden en Noi vraagt zich af of zij dan maar weer terug naar de bar in Pattaya moet gaan. Alfred schrikt zich rot, vooral van de laatste opmerking. Hij heeft haar telefoonnummer en rekening houdend met het tijdverschil belt hij haar dezelfde dag op om te vragen om hoeveel geld het precies gaat. De (omgerekend) 1000 euro maakt hij nog dezelfde dag naar Noi over. Hij leest en herleest Noi's mail en iedere keer weer bonkt zijn hart in zijn keel bij de opmerking 'terug naar de bar in Pattaya'. Wat hem wel opvalt is het goede Engels waarin de mail geschreven is. Met een 'Nou ja, ze zal er wel een vriendin bijgehaald hebben', stelt hij zichzelf gerust. Twee dagen later ontvangt Alfred een nieuwe mail. De operatie is geslaagd, de dochter al een heel stuk beter en......Noi heeft een zeer fraai huis voor hun beiden op het oog. Ze hoopt dat het nog te koop is als Alfred terug is. Ook vraagt Noi of haar dochter dan bij hun kan komen wonen. Alfred heeft zelf geen kinderen en voelt zijn egootje glimmen. Snel mailt hij Noi dat hij dat een goed plan vind en vraagt of het mogelijk is een soort aanbetaling op het huis te doen zodat ze binnenkort samen er een besluit over kunnen nemen. Al de volgende dag blijkt dat gelukkig mogelijk te zijn en de aanbetaling van 1500 euro valt Alfred eigenlijk best mee. Helemaal goed gaat het nog niet daar in Thailand, want de opvoed oma heeft dringend dure medicijnen nodig. Noi heeft haar verantwoordelijkheid genomen en de benodigde 400 euro betaald van het geld dat eigenlijk voor het huis bestemd is. Alfred stort dit bedrag maar snel op haar rekening, anders gaat hun droomhuis misschien aan hun voorbij.

Twee weken voordat Alfred naar Thailand afreist krijgt hij een telefoontje van Noi. In gebrekkig Engels en duidelijk geemotioneerd vertelt Noi dat 'hun' huis verkocht dreigt te worden. Alfred vraagt Noi alles nog eens per email uit te leggen. Die email krijgt hij omgaand en dan blijkt dat hij zijn aanbetaling wel terug krijgt, maar dat de bank, eigenaar van het huis, een koper heeft die direct kan beslissen. Alfred baalt stevig. Alles leek op rolletjes te lopen en nu dit. Voor een drogist neemt hij een snelle beslissing: Hij belt Noi en zegt haar het huis te kopen. Het aankoopbedrag, nu nog ruim 21.000 euro maakt hij vandaag over aan de bank, de eigenaar van het huis. Zo kan er helemaal niets mis gaan denkt Alfred, het geld wordt direct gebruikt voor de aankoop van het huis.

En dan gaat Alfred weer naar Thailand. Noi wacht hem al in Bangkok op. In Nederland heeft Alfred een hotel voor 3 mooie exotische nachten geregeld. Dan reist de verliefde drogist door naar Korat, naar hun nieuwe, inderdaad fraaie, huis. Daar aangekomen treffen ze de dochter van Noi, de Oma (beiden in blakend gezonde toestand) de Opa, de broer van Noi en een oudere zus. 'Wat een ontvangst vindt Alfred!' Later op de avond wil Alfred wel eens lekker naar bed en hij vraagt voorzichtig aan Noi wanneer de familie vertrekt. Dit blijkt echter een misverstand. Alle aanwezigen hebben, met instemming van Noi, hun intrek in het huis genomen en zijn geenzins van plan daar ooit nog uit weg te gaan.

Na de hele situatie een paar dagen te hebben aangezien en van Noi nogmaals duidelijk vernomen dat de familie echt blijft denkt Alfred: Dan verkoop ik het huis toch, de rest van de familie bekijkt echt het maar. Noi is het helemaal niet met hem eens, haar ogen staan strak op hem gericht als dit besproken wordt. Nee dit lijkt helemaal niet op de verlegen blik uit Pattaya, de ogen waarop Alfred verliefd werd. Als Alfred zegt zijn plan echt door te willen zetten vertelt Noi hem dat de eigendoms-papieren van het huis bij de bank liggen. In de middag gaat Alfred naar de betreffende bank en vertelt dat hun huis zo spoedig mogelijk verkocht dient te worden. Dan krijgt hij te horen dat Noi vorige week de maximale hypotheek van 16.000 euro op hun huis heeft opgenomen en dat er op korte termijn een eerste aflossing van hem verwacht wordt.......

Alfred gaat niet meer terug naar 'zijn' huis. Hij begrijpt de situatie.


 

HIJ IS Meneer Kaktus, was kijkcijferkanon met Doet-ie ’t of Doet-ie ’t niet, maakt reclame voor Haribo snoep, schrijft kinderboeken en is misschien wel de creatiefste tv-maker van Nederland. Peter Jan Rens (55) verdween vier jaar geleden opeens uit het gezicht. Intussen maakt hij het in het Verre Oosten. En hij heeft twee gezinnen. Eén met vijf aangenomen kinderen in Bangkok en één met een volwassen dochter in Amsterdam Noord. Het bijzondere leven van Peter Jan Rens…

Het DUBBELLEVEN van Rens Jan, Presentator onderhoudt twee gezinnen

Er zijn heel veel dingen klaar in het leven van Peter Jan Rens. Hij verblijft tegenwoordig afwisselend drie weken in Bangkok en één week in Nederland. En hij is gelukkig in twee gezinnen. Twee jaar geleden liet hij een foto afdrukken op de Meneer Kaktus-internetsite. Peter Jan stond in dikke jas op de Chinese Muur. Hij schreef er toen bij dat hij nog niet zo veel kon onthullen over waar hij mee bezig was. Intussen is dat wel zo. „Ik heb de eerste tijd zoveel gereisd dat ik wel leek te wonen in de businesslounges van vliegvelden”, vertelt hij als altijd guitig. „Nu woon ik me in twee landen. En ik breng de tv en filmbusiness die ik in Thailand doe, nu weer hier aan de man. Het kan vreemd lopen.”
Dat geldt ook voor het gesprek met Peter Jan. Nadat hij eerst uitgebreid heeft verteld over zijn zakelijke successen is er een opmerkelijke wending. We flitsen naar liefdesrelaties. Geanimeerd vertelt hij over Oosters zakendoen. „Wat je daar in Azië meemaakt is geweldig. Ik heb veel geleerd. De kunst is overal binnen te komen met mooie assistentes. Die zeggen dan dingen als: ’Mijn geliefde baas komt over vijf minuten’. Echt leuk, en als zo’n hoge Piet dan over zijn mooie minnares in Birma begint, moet je niet bescheiden fluisteren, maar hardop je bewondering uitspreken. Dat doen al zijn medewerkers aan de vergadertafel. En je moet zelf iets bijdragen aan de discussie. Ik pas me aan, ik praat altijd over mijn vroegere minnares. Zij was beroemd in een popgroep, heel prachtig en heette Angela Groothuizen… Wij hebben natuurlijk echt een liefde beleefd samen. Dat was heerlijk en we zijn nog steeds vrienden. Zij treedt ook op in het programma van omroep Max dat ik heb opgenomen. Dat wordt in juli uitgezonden.”
„Ik ben in Bangkok thuis, maar in Amsterdam ook”
Er valt een stilte. En dan komt het opmerkelijke verhaal er opeens uit. In Amsterdam leeft Peter Jan nog altijd samen met levenspartner Joke, met wie hij dochter Lutein van intussen 25 jaar heeft. Zij werkt bij Endemol. Peter Jan is zeer trots op haar. In Bangkok, vertelt hij, heeft hij echter ook een gezin. Hij kijkt me schattend aan en besluit de feiten gewoon op tafel te leggen. „Ik woon in het centrum van Bangkok met een prachtige Thaise vrouw van 32 jaar, haar zus, haar moeder en vijf kinderen. Op mijn verzoek vertelt deze vrouw dat ze mijn partner is. Dat is voor haar handig en voor mij. En ik voed de kinderen op. De oudste twee zijn meisjes, Net van 15 en Dia van 10, en de andere drie zijn jongens. De jongste hebben we op straat gevonden. We vermoeden dat hij een jaar of vijf, zes is. We hebben hem ontwormd en aan de politie gemeld dat hij bij ons is. Maar er is niemand voor hem gekomen. Dus zorgen we ook maar voor hem. Ik heb dus een echt gezin in Bangkok.”
Peter Jan leest de grote verbazing van mijn gezicht: „Ik heb echt geen liefdesrelatie met die vrouw. Mijn lieve Joke uit Amsterdam weet overal van. Maar ik doe het puur voor de gezelligheid. Ik leef in Thailand als de vader van de familie. Ik heb een Thaise vrouw die voor me zorgt en er zijn kinderen om me heen. Ik geef haar status, zij mij zorgzaamheid. Als ik morgen terugvlieg zit zij met de kinderen op me te wachten.” Gebaart: ”Het is toevallig ontstaan. Ik ontmoette haar en het is er zo van gekomen. Ik had geen zin om wekenlang in zo’n compound voor buitenlanders te gaan wonen en dan een maid in dienst te nemen. Dat is eenzaam; niemand maakt een ontbijt voor je, de prostituees staan in de rij en er is geen gezelligheid. Nu leef ik Thais. Mijn Thaise vrouw is streng religieus boeddhistisch en de kinderen die we in huis hebben beschouwen mij als hun vader. Zo zorg ik ook voor hen. Dat is geweldig om te doen. Ik heb de meisjes op een dure Thaise privéschool gedaan en ze leren ijverig alles wat er maar te leren valt. Ik voel me trots als ze me ’s ochtends om half zes in hun schooluniform gedag komen zeggen. En zij waarderen dat ze niet op blote voeten naar het buurtschooltje moeten. Dan doe je toch iets goed? De jongens help ik op de computer en ik geef Engelse les.”
Peter Jan vertelt vrolijk verder. „Er gebeuren zulke bijzondere dingen. De houding van de mensen daar is zo anders dan wij hier gewend zijn. Voorbeeldje. Ik zei al dat de oma en de zus van mijn Thaise ook in ons huis woonden. Nou iedereen heeft een taak. En oma is verantwoordelijk over het hek. Zij doet dat echter nogal schichtig en laatst had ze de auto van een vertrekkende taxi gevangen. Ik wilde de schade van de deuk vergoeden, maar de chauffeur vergoeilijkte dat hij dan maar sneller door de poort had moeten rijden. Het werd een heel gedoe. Ik begrijp er niet zoveel van behalve dan dat hij nu altijd op onze klandizie kan rekenen.”
Peter Jan lacht: „Ik ben nu gelukkiger dan toen ik alleen op de Nederlandse televisie was. Ik leef meer in de hele wereld. Ik begrijp niet alles, maar geniet van de oosterse wijsheden. Weet je, je weet niet alles als je in Nederland woont. Dat besef bracht mij er vier jaar geleden ook toe ’ja’ te zeggen tegen het krankzinnig voorstel van een Thaise relatie, eens in zijn land te beginnen.”
Schokschoudert: „Ik heb nu een eigen productiebedrijf een mannetje of zes in dienst. We maken tv-programma’s, internetspelletjes, sms-games en we adviseren bij bioscoopfilms. Ik praat nu over de distributie van een waanzinnige Thaise animatiebioscoopfilm over een olifant. In de categorie Shark Tale en The Incredibles. Bij die film heb ik ook geholpen bij het ontwerpen van het uiterlijk van de olifant. Zijn ogen moesten groter, dat is ontroerend. En ze zaten met zijn kont. Een olifantenkont is sterk, maar moet ook ietwat aandoenlijk hangen.”
Ik onderbreek hem. Wil nog even terug naar zijn bijzondere manier van leven. Niemand in Nederland gaat geloven dat hij geen seksuele relatie heeft met de Thaise. Hij kijkt bedachtzaam: ”Ik bedoel hier dus niks mee, maar er is een wijze les die ik van mijn moeder leerde. Die les zegt dat eerlijkheid soms zoveel pijn doet dat het niet eerlijk is om altijd de waarheid te vertellen.”
Vanmiddag is hij in het Amsterdamse zorgcentrum waar vroeg dementerenden samen leven met hun gezin. „Joke doet daar geweldig werk. Zij is gespecialiseerd in die materie. Ik heb een mobiele telefoonapplicatie bedacht die de mensen daar gaat helpen: mobile coaching. Daarmee kun je de mobiele telefoon van bijvoorbeeld je oude moeder bellen, en zonder dat zij hoeft op te nemen tegen haar praten of luisteren of het goed met haar gaat. Ontzettend handig want diegene hoeft zelf niet precies te weten hoe het ding werkt; een tikje tegen het toestel zorgt er ook voor dat de telefoon van de coach gaat rinkelen.”
„In begin woonde ik zowat in de businesslounges van de vliegvelden”
Duizendpoot Peter Jan leunt achterover. Ik herhaal mijn vraag hoe zijn vrouw Joke het allemaal volhoudt. Hij is een week bij haar en vertrekt dan weer drie weken naar zijn Thaise gezin. Joke moet toch wel de meest flexibele mens op aarde zijn. Peter Jan knikt: „Zij heeft het bestaan van de vrouw van een zeeman. En vindt het prima. Er past een Oosterse wijsheid bij: het doel van een relatie is dat je elkaar beter laat functioneren. Zolang dat het geval is, is de liefde gewaarborgd...” Peter Jan laat een echte stilte achter als hij wegloopt. Wat een bijzondere man en wat een bijzonder leven...
 

Met plezier zal de 53-jarige Gerrit Verspuij nooit meer naar Thailand vliegen. Misschien gaat hij er zelfs nooit meer heen, hoewel hij er een dochter van veertien heeft rondlopen. Voor de Thaise wet is hij ook getrouwd met haar moeder. Al een jaar of zestien is Thailand het tweede thuisland van de in Gorinchem geboren en getogen maar verder in Rotterdam wonende Gerrit. Dat is nu niet meer het geval, want zijn huis in het Nieuwe Westen van die stad is hij kwijtgeraakt door zes maanden afwezigheid. In afwachting van een andere woning woont de tuinman tijdelijk op de zolder van het koetshuis van zijn werkgever even buiten Rotterdam. Sinds vijf jaar werkt Gerrit Verspuij er op het landgoed waar hij het prima naar zijn zin heeft. Het begon allemaal in januari. Gerrit Verspuij, die in Nederland behalve zijn werkgever kip noch kraai heeft, vloog volgens planning voor een maand of drie naar Thailand voor bezoek aan vrouw en dochter in Chang Rai in het noorden van het land. De twee hebben nog enige tijd in Nederland gewoond, maar hielden het hier niet uit. Gemis aan eigen cultuur en klimaat veroorzaakte hevige heimwee. In de loop van jaren heeft Gerrit vanuit Nederland voor hen een woning met een pensiongedeelte laten bouwen. Ze voorziet daarmee in eigen levensonderhoud, tot wederzijdse tevredenheid.
Tijdens het verblijf ging het mis met de relatie. Gerrit Verspuij wil er vanwege opspelende emotie niet over praten. Hij raakte in verwarde toestand, wist niet goed meer wat hij deed en vergat ook zijn verblijfsvergunning te verlengen. Een fietstocht naar het plaatsje Chang Mai luidde voor hem een donkere periode in. ‘Dat was op zaterdag 26 april om acht uur ’s morgens. Iemand van de toeristenpolitie controleerde mijn papieren en constateerde dat de verblijfsvergunning verlopen was. Dus werd ik opgebracht naar een keurig ingericht en kraakhelder politiebureau. Na verhoor ging een tussendeur open en kwam ik van de hemel in een grauwe betonnen bunker zonder ramen met ziekmakende neonverlichting. Het waren vier door tralies afgescheiden ruimten van zes bij zes meter met in elk van de ruimten tussen de vijftien en veertig gevangenen. Drie voor mannen en een voor vrouwen, voornamelijk Birmezen, ik was de enige witte. Overdag was het een grote braadoven van tussen de 40 en 45 graden. Niet om uit te houden.’
Omdat Gerrit Verspuij vermoedde dat het allemaal wel eens lang kon gaan duren, hield hij een dagboekje bij. Hij raadpleegt: ‘Op 28 april werd ik overgebracht naar een rechtbank en veroordeelt tot een boete van duizend bath of vijf dagen zitten. ‘Geld had ik niet meer, ik was alles kwijt,’ vertelt hij. ‘Dus naar de gevangenis. Geweldig goed was het daar, schoon, helder, goed drinkwater en prima eten. Van de hel was ik in de hemel gekomen. Mijn geluk bij een ongeluk duurde maar vijf dagen, want na mijn straf te hebben uitgezeten moest ik terug naar de bunker in de politiepost. Dat werd een aanzwellende mensonterende hel. Op mijn verzoeken voor contact met het consulaat of de ambassade werd niet ingegaan. Met zijn veertigen in de kleine ruimte moesten we het doen met een toilet, een kraan, zittend slapen, inademen van door scheten bezwangerde lucht en verder afrekenen met ratten en muggen. Drie keer per dag kreeg ik een portie rijst. Gelukkig hebben die Birmezen, die veel bezoek kregen dat fruit meebracht, me op de been gehouden. Door hun vriendschap en medemenselijkheid ben ik in leven gebleven. Nee, afgeranseld of misbruikt ben ik niet. Die verhalen ken ik, maar die harde werkelijkheid is gelukkig aan mij voorbijgegaan.’
Bij de werkgever van Gerrit Verspuij groeide na de afgesproken drie maanden onrust over zijn uitblijven. Hij was immers altijd stipt en had nimmer 1 dag verstek laten gaan. Op bureau Marconiplein in Rotterdam deed deze aangifte van vermissing. Op koninginnedag 30 april, toen de werkgever met zijn kroost meedeed aan een rommelmarkt, kreeg hij van de Vreemdelingenpolitie het verlossende telefoontje dat Verspuij in Thailand gevangen zat. Op zijn beurt wendde hij alle beschikbare kanalen aan om zijn tuinman behouden terug naar Nederland te krijgen.
‘Zijn landgoed kreeg door onkruid allerlei vreemde vormen en daar moest toch iets tegen gedaan worden,’ kan Verspuij nu als grap laten vallen. De werkelijkheid is dat hij een uitstekende band, en andersom, met de familie heeft waar hij voor werkt. Dankzij de werkgever kreeg Gerrit Verspuij op 14 mei eindelijk bezoek van iemand van de ambassade. ‘Daar stond ineens een witte man in een wit overhemd voor mijn neus. Hemel, wat was ik blij. Die man zei dat hij me naar Bangkok zou laten overbrengen en dat het dan verder wel goed zou komen. Mijn werkgever had intussen aangegeven financieel volledig garant te staan en alle kosten te betalen.’
Gerrit Verspuij werd overgebracht naar een asielzoekersuitzetcentrum. ‘Daar zaten honderden mensen opgesloten voor een klein vergrijp, wit en bruin van overal ter wereld en sommige al jaren, in afwachting van uitzetting. Onder hen vijftig europeanen. Vertrekken kan pas als iets of iemand voor hen garant staat voor betalen van de vliegreis naar het thuisland. Ook in dat centrum was de situatie mensonterend en zo corrupt als de betekenis van corrupt maar kan zijn.’ Wat Verspuij het meest bevreemd was het maandelijkse bezoek van de diverse consulaten. ‘Die kwamen hun landgenoten dertig euro zakgeld brengen voor het kopen van extra voedsel of sigaretten. Dat geld kan er wel af, maar een ticket betalen naar huis niet. Het is allemaal zo krom als een hoepel.’
Op donderdag 5 juni vertrok hij onder begeleiding naar het vliegveld. Daar volgde een enorme teleurstelling want Gerrit Verspuij werd toegang tot het KLM-vliegtuig geweigerd. Er ontbrak een ambassadedocument dat de vliegmaatschappij ontslaat van verantwoordelijkheid voor hem. Terug dus naar het uitzetcentrum om dan eindelijk… eindelijk op zaterdag 7 juni het land vliegend te verlaten. Op Schiphol werd Gerrit Verspuij afgehaald door zijn werkgever. Direct daarna is hij weer aan het werk gegaan en probeert hij alle mis?re te vergeten. Maar: ‘Dat lukt me niet en daarom wil ik naar het RIAGG. Dat het twee dagen verlopen van mijn visum zulke gevolgen heeft gehad is wel het ergste wat ik in mijn leven heb meegemaakt. Laat dit een wijze les zijn voor andere Nederlanders die naar Thailand reizen. Gelukkig dat er nog zulke goede mensen zijn als mijn werkgever. Die man is voor mij een ware weldoener, als hij niet voor me was opgekomen, zat ik nu nog in die politiecel.’

 

 

Of hij na zeven jaar een hekel heeft gekregen aan Thailand? ,,Nee, nee. Ik vind het een ontzettend aardig land, waar je fantastisch kunt leven,’’ zegt Charles Schwietert, thuis in ’s Graveland.
,,Enige probleem: het strafrecht en de gevangenissen. Die zijn echt van een middeleeuws kaliber.’’ Hij kent de mensonterende bajesen van Bangkok van binnen, maar was er slechts op bezoek.
Want zelf heeft Schwietert in Bangkok een prima tijd gehad. Lekker gewerkt, goed geleefd. En, groot geluk, hij bleef uit de handen van het leger nietsontziende Thaise Schatjes. Zijn geheim? ,,Ik ben al jaren heel leuk getrouwd, zat daar met mijn gezin en had mijn midlifecrisis al achter de rug.’’ Honderden Hollandse mannen gingen wel voor de bijl. Van kleine krabbelaars tot geslaagde zakenlui, stuk voor stuk werden ze stapelverliefd op lieve Thaise meisjes. Die blindmakende liefde stortte hen echter één voor één in diepe ellende. ,,Ik heb er zo veel langs zien komen,’’ vertelt Schwietert over zijn werk als directeur van de Nederlands-Thaise Kamer van Koophandel in Bangkok.

In Bangkok gaan liefde en zaken nooit samen
,,Ik wil een zaak beginnen, was het dan. Maar wil je daar iets opzetten, heb je altijd een Thaise partner nodig. Nou, die hadden ze wel. Dan stond daar een meisje met lange zwarte haren, dat met een schoenlepel in haar spijkerbroek was gehesen. Ik moet zeggen: dat zeg er meestal best smakelijk uit. Maar het was niks om daarmee in zaken te gaan.’’
Hij heeft ze allemaal negatief geadviseerd. ,,Je wordt letterlijk en figuurlijk door ze uitgekleed, hield ik ze voor.’’ Maar niemand luisterde. ,,Ja, maar dit meisje is écht anders, zeiden ze dan. Waarom? Ze zegt dat ze van me houdt, dat ze echt om me geeft.’’
Schwietert lacht smalend. Weet hoe de Thaise schatjes werken. Ze ruiken geld en hebben honderden trucs om die harde euro’s binnen te krijgen. De verliefde farang (buitenlander) verliest eerst zijn verstand, daarna zijn vermogen en soms zelfs zijn leven. ,,Ik heb het allemaal opgeschreven. Omdat het mooie verhalen zijn, maar ook om mensen te waarschuwen.’’ Zijn boek heet toepasselijk Thaise Schatjes.
Schwietert beschrijft de verhalen van lust, list en bedrog met volop couleur locale. Hij heeft die obscure bars zelf ook geregeld bezocht. Schwietert woonde er om de hoek, maar liet zich niet het hoofd op hol brengen door schatjes als Fon en Siripon. Die namen zijn verzonnen. Het boek is ‘gebaseerd op ware gebeurtenissen’, maar is het ook conform de waarheid? ,,Iedereen die Thailand kent, weet dat deze verhalen echt zijn,’’ zegt Schwietert. Hij wil niet bemiddelen voor een interview met een van de berooide mannen uit zijn boek. ,,Die mensen voelen er niets voor om hun ellende aan het AD te vertellen. Ze zijn een beetje gek, zeg. Bovendien: toen ik zelf indertijd opstapte als staatssecretaris, hebben sommigen iets te hard op mijn lijk staan trappen. Ik vind dat ik dat anderen niet moet aandoen.’’
Aan zijn eigen avontuur in Thailand kwam vorig jaar een abrupt einde toen zijn zakenpartner Edwin van den B. werd opgepakt voor belastingfraude. Die zat elf maanden in een Thaise cel, voordat hij aan België werd uitgeleverd.
Schwietert koos na een brute huiszoeking eieren voor zijn geld. ,,Ik was brandschoon en dat is na maanden onderzoek ook gebleken. Het was beter om te vertrekken.’’ Terug in Nederland heeft hij zijn oude vak opgepakt: de journalistiek. ,,Ik schrijf boeken en artikelen. Ik schrijf voor god en iedereen.’’

€ 14,95

Paperback | 224 Pagina's | Bzztoh
ISBN10: 9045306735 | ISBN13: 9789045306735
 


'Opheldering over straf smokkelaar'
Een meerderheid van de Tweede Kamer heeft minister van Justitie Ernst Hirsch Ballin om opheldering gevraagd over de strafomzetting van een Nederlandse zakenman. Die stuurde een geringe hoeveelheid coca?ne en marihuana per post vanuit Nederland naar zijn hotel in de Thaise hoofdstad Bangkok en werd daar gepakt.
De smokkel kwam de man, Eef de F., in Thailand op 22 jaar cel te staan, meldde tv-rubriek Nova donderdagavond. Op basis van het in 2003 gesloten uitleveringsverdrag tussen Nederland en Thailand kan De F. naar een Nederlandse gevangenis komen, maar zou hij in eigen land niet minder dan zestien jaar moeten uitzitten.
Volgens hoogleraar internationaal strafrecht Geert-Jan Knoops is dat buiten alle proportie: voor de gesmokkelde 9,8 gram marihuana en de 1,48 gram cocaine wordt in Nederland doorgaans een geldboete opgelegd. De advocaat van De F. Robert Malewicz, zei in Nova dat gebleken is dat de Thaise autoriteiten er geen bezwaar tegen hebben als De F. in Nederland een "te verwaarlozen straf” zou moeten uitzitten.
Het ministerie van Justitie vraagt in uitleveringskwesties als deze advies aan het gerechtshof in Arnhem. Het hof kwam daarbij uit op de maximale straf van zestien jaar. Het ministerie zegt te begrijpen dat deze straf door De F. als extreem lang wordt ervaren, maar dat die in het licht van het uitleveringsverdrag onontkoombaar is.
Die hoge straf komt doordat het feit in Thailand is gepleegd en er in Thailand zeer hoge straffen worden opgelegd voor drugsdelicten.” Volgens het ministerie is aan het verzoek tot omzetting van de straf alle vereiste zorg besteed en zijn de daarvoor geldende regels zorgvuldig en correct toegepast”.
Coalitiepartijen PvdA en Christen Unie willen dat Hirsch Ballin binnen enkele dagen in een brief uitlegt hoe hij tot zijn beslissing is gekomen. Oppositiepartijen SP, GroenLinks, D66 en VVD hebben de bewindsman schriftelijke vragen gesteld.
Volgens Knoops heeft de minister wel degelijk de mogelijkheid om af te wijken van het advies. Die ruimte is er wel”, zei hij in Nova. Nederland is volgens hem niet gebonden aan het strafmaximum en bij het verdrag is afgesproken dat van geval tot geval kan worden afgeweken.
 



Tien jaar achter de tralies in Thailand, DS. SPOOR ...eigen verantwoordelijkheid...

Onder barre omstandigheden zat hij bijna tien jaar achter de tralies in Thailand. Machiel Kuijt weer op vrije voeten in Nederland. „Verheugend”, vindt ds. Spoor.
De predikant reist de hele wereld over. Bezoekt gevangenen in hun verdrukking. Vanuit een cellencomplex in Paramaribo laat hij weten „verheugd” te zijn over de terugkeer van Kuijt. Meermalen heeft hij de Amsterdamse marktkoopman in zijn cel in Thailand opgezocht.
Nederland en Thailand hebben sinds 2005 een uitleveringsverdrag. Koningin Beatrix en toenmalig minister Bot hebben zich persoonlijk ingezet voor het verdrag, waardoor gevangenen na acht jaar kunnen vrijkomen.
Ds. Spoor van stichting Epafras toont zich bezorgd. „Het proces heeft lang geduurd. De Thaise autoriteiten hebben getreuzeld. Als je in een verdrag afspreekt dat iemand na acht jaar kan vrijkomen, dan verwacht je toch dat hij met achtenhalf jaar thuis zit. Machiel heeft de pech dat hij de eerste kandidaat is, laten we hopen dat het voortaan wat sneller verloopt.”
Hoe is de situatie achter de Thaise tralies? „Slecht. Gevangenen zitten meestal dicht op elkaar gepakt. Met tien, twintig, dertig man tegelijk. Het eten en de hygiëne zijn slecht. Er heerst een soort terreur onder bewakers. Het systeem is niet alleen ingericht om mensen vast te houden. Bewakers straffen de gedetineerden nog in hun straf. Ze maken de omstandigheden bewust heel moeilijk.”
Hoe trof u Kuijt aan? „Vooral de eerste keer was het verschrikkelijk. Ik heb Machiel gesproken door het gaas. We hebben staan roepen, 2 meter van elkaar. Je kunt niet even samen aan een tafeltje gaan zitten. Vreselijke toestanden daar. Onderschat niet wat het betekent om tien jaar lang geen enkele privacy te hebben. Je kunt geen enkel moment je eigen leven leiden.”
Sinds 1984 is Kuijt in Nederland verschillende keren in aanraking geweest met Justitie voor (zware) geweldsmisdrijven, overtreding van de Wet wapens en munitie, drugshandel en deelname aan een criminele organisatie. In de Amsterdamse onderwereld is Kuijt geen onbekende.
Hebt u ooit iets gemerkt van spijt? „Drugssmokkel is een anoniem misdrijf. Een smokkelaar benadeelt niemand en heeft niet het gevoel een misdrijf te hebben gepleegd. Voor de wet is smokkel een misdrijf. Heb je een meisje verkracht of iemand vermoord, dan heb je iemand wat aangedaan. Bij smokkelaars kun je niet direct spreken over spijt”, vindt de gevangenispredikant. „Bovendien heeft Kuijt altijd elke betrokkenheid ontkend. Als hij niets gedaan heeft, dan voelt hij geen spijt, maar rancune.”
Nederland slaagt er nu, na een heel diplomatiek circus, uiteindelijk in veroordeelde gevangenen in Thailand eerder vrij te krijgen. Terecht? „Waarom niet? De Nederlandse overheid heeft de taak op te komen voor landgenoten. Of zij door eigen schuld in de problemen zijn gekomen maakt niet uit. Mensen zijn om een paar kilo heroïne veroordeeld tot erg lange gevangenisstraffen. Nederland protesteert niet tegen de straf, maar tegen de lengte. We krijgen hen liever onbeschadigder terug, dan beschadigd door een lange gevangenisstraf. Mensen moeten toch weer terug in de maatschappij.”
Vragen drugssmokkelaars niet zelf om problemen?
„Natuurlijk is het hun eigen verantwoordelijkheid. Als iemand echter wordt gewaarschuwd om niet te gaan wandelen in de bepaald berggebied, maar hij doet het toch, dan sturen we toch ook een heli om te helpen als hij in de problemen komt? Het is niet zo dat mensen in de gevangenis slechter zijn dan daarbuiten, nee. Ook Paulus moest zeggen: Het goede dat ik wil doe ik niet, maar het kwade dat ik niet wil dat doe ik. Natuurlijk zal ook een gevangene een rouwmoedige droefheid over zijn zonden nodig hebben.”