Verslag van Hannie
Riksen: Maandag eind september 2005.
Zoon Wouter en ik wilden de
twee Nederlanders van Chinese afkomst bezoeken in de Bangkwang-gevangenis in
Bangkok. De heren Yang en Tang bleken een week eerder overgeplaatst te zijn naar
de dodencel en hadden andere bezoektijden. De hele reis voor niets? Gelukkig
konden we toch nog (even) iemand bezoeken, de meest bekende gedetineerde vanuit
Nederland Machiel Kuyt. Een aantrekkelijk,
goeduitziende man in de kracht van zijn jaren zat ineens tegenover ons. Als je
niet beter wist, zou je zeggen een gebruinde vakantieganger. Net toen het
gesprek op gang kwam werd de communicatie onmogelijk gemaakt. De tijd was om,
de microfoon uitgeschakeld. Met een gebaar onzerzijds van
wat-is-dit-nu-zo-kort-helaas verdween hij uit ons gezichtsveld. We konden nog
wel ons vanuit Nederland meegebracht pakketje met boerenkool, lakrisal,
bouillon, etc inleveren in de hoop dat het hem bereikt zal hebben.
De dag daarop gingen we met z’n allen op pad (zie onderstaande persoonlijke
verslagen van zonen Wouter, Zeger en Rick en dochter Marlies, mogelijk gemaakt
door dochter Ilja, die zolang op onze bagage paste).
Dinsdag eind september 2005.
Om acht uur stapte ik in de
taxi richting de vrouwengevangenis. Ruim anderhalf uur later werd ik bij de
Klong Prem prison gedropt door mijn taxichauffeur, hij had het moeilijk kunnen
vinden. En toen…. Aansluiten bij een lange rij, proberen een formuliertje in te
vullen met Thaise hierogliefen., paspoort afgeven. Vervolgens wachten, wachten,
wachten en uit de krakende luidspreker proberen de naam van
Jose Zonneveld te ontwaren temidden
van de brij Thaise namen. Dat lukte dus niet, want een Thaise persoon spreekt de
naam nu eenmaal niet echt op z’n Nederlands uit! Na vier keer op en neer gelopen
te zijn, zodat ze een beetje ziek van me werden en brachten ze die
‘lastige’buitenlandse tenslotte hoogst persoonlijk waar ik zijn moest en had
ik nog 20 minuten om met Jose te spreken. Daarvan werden er weer 5 afgenomen,
omdat de bewaaksters al de spullen die ik had meegenomen voor Jose weer voor 80%
bij mij neerlegden. Na wat (vriendelijk!) gesoebat lukte het toch nog om voor
driekwart de etenswaren, zoals een gedroogde boerenkoolmaaltijd en
bouillonblokjes geaccepteerd te krijgen.
Jose heeft het zwaar, erg zwaar.
Al drie maanden niet kunnen slapen. Ze moet de ruimte delen met 60 andere
vrouwen. Ze was slecht te verstaan voor mij. Ruim 15 bezoekers op een rij, twee
meter niets, dat wil zeggen glas en tralies), dan 15 gedetineerde vrouwen op een
rij, evenzoveel microfoontjes en luidsprekertjes, een kakofonisch festijn. Wat
een ramp. Jose vroeg mij ‘s middags weer te komen, maar ik moest naar de
Bangkwanggevangenis, naar Li Yang.
Het leverde mij een
ongelofelijk onaf gevoel op, zelfs een beetje een schuldig gevoel, kortom
machteloosheid. Woorden die helaas goed passen in een omgeving waar het hoogste
goed van de mens wordt afgenomen, nl vrijheid.. Ik had haar graag in de middag
langer en rustiger willen spreken en dan had ik haar ook nog vers fruit e.d
kunnen brengen. Ik hoop in de toekomst dit nog eens over te mogen doen . Wel kon
ik haar later een brief schrijven en wat geld overmaken.
Haastig spoedde ik mij daarna per taxi naar de mannengevangenis om de LiYang te
bezoeken. Mijn kinderen waren daar inmiddels gearriveerd per boot vanaf ons
hostel. Gezond voedsel werd ingekocht en gevoegd bij de Hollandse ‘kadootjes’ en
zo verdwenen wij achter de andere zijde van de gevangenispoort (na te zijn
opgeroepen, een fotokopie van onze paspoorten te hebben ingeleverd en natuurlijk
formulieren te hebben ingevuld).
Hoop doet leven, dat is wat mij
opviel aan Lian Yang. Ondanks zijn
ziekte, ondanks het feit dat hij zijn zoontje van zes nog nooit gezien,
vastgehouden, geknuffeld heeft, ondanks dat hij na eerst vrijgesproken te zijn,
vervolgens ter dood veroordeeld werd en nu nog steeds wacht (in de dodencel met
ketting aan de benen) op zijn laatste proces, straalt hij (geest)kracht uit. Ik
heb het als een voorrecht ervaren hem te mogen ontmoeten. ‘Het gelaat van de
ander bepaalt mijn program’, maar helaas kan dat niet altijd en zeker niet als
onvrijheid in het geding is. Wel bezochten wij na ons bezoek aan de Nederlanders
weer de gevangeniswinkel, er werd fruit, tabak, koffie etc ingeslagen en van
Nederlandse namen voorzien. Het was en is om nooit te vergeten.
Verslag Marlies Meeuwisse:
Bezoek aan Rien in
Bangkwan Prison, 27 september 2005
Het is zaterdag 22 oktober
2005. Ik ben inmiddels al drie weken thuis, na mijn vakantie in Thailand, en
weer volledig opgeslokt door werk en opleiding. Mijn vakantie in Thailand was in
meerdere opzichten een bijzondere vakantie. Op uitnodiging van mijn moeder ging
ik met haar, mijn zus en drie broers twee en een halve week naar Thailand. We
hebben goed contact onderling, dus het was geen onplezierig vooruitzicht. In de
praktijk bleek het super, zowel met z'n zessen op pad te zijn, als het land en
haar bewoners. Ik ben eerder een half jaar in Noord India geweest, en vergeleken
met daar zijn de Thai-people meer gastvrij, vriendelijk en behulpzaam. Ik voelde
me er zeer op mijn gemak en heb een super vakantie gehad. Van big-city Bangkok
tot een jungletocht in het noorden tot een privestrand bij onze huisjes met
veranda op een 'bounty'-eiland (ko samet). Tussen al deze ontspanning en
vakantiestemming door heb ik ook plaats gemaakt voor een bezoek aan een
Nederlander in de gevangenis in Bangkok. Dit was Rien en dit bezoek kwam niet
uit de lucht vallen.
Mijn moeder werkt als
justitiepastor en wist van het bestaan van
www.prisonlife.nl
Contact met de oprichtster leverde op dat iedereen in principe op bezoek mocht
gaan en dat je daar geen pastor voor hoeft te zijn. Of wij ook iemand wilde
bezoeken? Daar heb ik over nagedacht en besloten dat ik dat wel wilde. Uit
medemenselijkheid voor de ander en uit nieuwsgierigheid. Vijf van ons wilden
mensen bezoeken, verdeeld over twee dagen. Voor mij werd het Rien Parlevliet,
mede omdat zijn voorgeschiedenis mijn aandacht trok.
We verzamelden aan de overzijde
van de straat, tegenover de gevangenis. Daar kon je je bezoek bekend maken,
kopie van paspoort afgeven en eventueel inkopen doen in de gevangeniswinkel. De
spullen werden rechtstreeks uit de winkel in een auto gezet, die rond bezoektijd
naar de gevangenis werd gebracht. Zo is er zekerheid dat er niets in de spullen
verstopt zit, wat dan ook. De boerenkool maaltijd, bouillon, drop,
sultanakoekjes e.d. uit Nederland meegebracht, moest ik zelf meenemen naar het
bezoekuur. Het bezoekuur naderde. In de overdekte ruimte met rijen oranje
plastic stoelen, zaten veel mensen die op bezoek gingen naar de overkant.
Iedereen pakte zijn spullen en we staken de straat over. We liepen links om een
laag gebouw, waar aan de achterzijde de ingang van de gevangenis was. Daar kon
je geld, foto of videocamera e.d. afgeven in een kluisje. De meegebrachte
spullen voor de gevangenen werden bekeken. Veel pakjes werden opengemaakt en
doorzocht, alles mocht in eerste instantie mee naar binnen. Zelf liep ik door
een detectiepoort. Mijn huissleutel in mijn moneybelt zorgde voor gepiep. Een
vrouwelijke bewaker tastte mijn lichaam af, het was geen probleem. Daarna kon ik
het tasje met spullen voor Rien weer mee nemen. Ik was met twee broers. Mijn
andere broer en moeder waren al iets eerder naar binnengegaan voor mensen in de
dodencel. We wachten een beetje op elkaar. De sfeer was enigszins gespannen,
maar ook verwachtingsvol. Wat stond mij te wachten?
Door een gele massief ijzeren
deur werden we naar een open plek geleid, een lange rechthoek met gras en wat
planten, waaromheen in een U-vorm een ander gebouw lag, ook een laag gebouw,
alleen begane grond. Het pad liep rechts langs de openruimte. Ik zag rechts en
links van mij kleine ruimten, met een lange tafel met stoelen en daarop 8 tot 10
telefoons. Dan zat er glas met tralies, een lege ruimte, weer glas met tralies
en daarachter zag ik een rij Thaise gevangen zitten. Ze zaten al klaar voor het
bezoek dat zich meldde. Ik wist niet hoe Rien eruit zag, zou hij hier ook tussen
zitten? Eerst keek ik de gezichten langs, maar vond dit ongemakkelijk en ben
doorgelopen tot het punt waar we ons moesten melden. Daar hoorde ik dat de
Nederlanders en een Engelsman in room 6 zouden komen. Ik liep naar de andere
kant van de U-vorm en zocht met mijn broers en twee Britten room 6. Daar zaten
al twee mannen uit Israel, die ook voor de Brit bleken te komen. Had hij ineens
vier bezoekers. De twee Britten kwamen net als wij voor het eerst. We stonden en
zaten onwennig in de ruimte. De ruimte was verder leeg, het was er warm, de
airco deed het niet. Ook hier was een lang tafelblad, met stoelen op een rij en
8 tot 10 telefoontoestellen. Na een paar minuten kwam er een bewaker aanlopen -
aan de andere kant van de tweede rij glas met tralies - die iets onvriendelijks
riep naar de gevangenen (opschieten?!). Toen zag ik vier mannen aan komen lopen.
Wij hadden op een rijtje plaats genomen in room 6. Ik had de naam van Rien op
een briefje geschreven en tegen het raam gezet. Hoe het precies aan de andere
kant ging weet ik niet meer, even onderling overleg, zagen ze mijn briefje?,
maar ineens had ik Rien aan de telefoon. Hij begon gelijk te praten. We tastten
even af of hij Rien was en na een korte kennismaking, kwamen we in gesprek.
Hij vertelde dat hij nu vier
jaar zat. Het eerste jaar in een andere gevangenis, die was nog erger. Nu zit
hij relatief goed. Met 25 man op een cel van 4 bij 6 meter. Allemaal tegelijk
slapen kan niet. Hij zit 15 uur per dag op cel, de overige uren worden de
gevangenen gelucht in een 'betonnen bak' zonder schaduw of beschutting. Bij een
gemiddelde jaartemperatuur van 30 graden Celsius, kun je je voorstellen dat dat
niet altijd even prettig is. Ook al ben je dan wel buiten. Het eerste half jaar
(als ik mij goed herinner) heeft Rien met kettingen om de voeten gelopen. Dat
hoort bij de regels. Heb je goed contact met bewakers, kunnen ze een schakel er
tussen doen, waardoor je meer bewegingsvrijheid hebt, heb je slecht contact met
bewakers, dan kan je het erg moeilijk hebben. Rien vertelt dat hij veel in
elkaar geschopt en geslagen is door bewakers in de beginperiode. Het is zijn
overtuiging dat ze hem in de gevangenis ziek hebben geschopt. Hij heeft een
kwaadaardige tumor in zijn linker nier. Foto's zijn door zijn zus aan een
professor in Rotterdam voorgelegd, die bevestigt de aanwezigheid van een
kwaadaardige tumor. Rien wacht al een jaar op een operatie. Hij heeft 17 keer in
het gevangenisziekenhuis gelegen. Dit ziekenhuis is eerder ingericht om
patienten te laten sterven, dan om te genezen, schrijft zijn zus mij. Rien heeft
al 100 mensen zien sterven de afgelopen vier jaar, waaronder een van de
Nepalezen, die gelijk met hem zijn gearresteerd. Rien is somber gestemd. Hij
slikt al ruim 8 maanden pijnstillers, maar de onduidelijkheid blijft
voortbestaan. Over de Nederlandse ambassade is hij niet echt te spreken. Ze doen
te weinig voor hem, vindt hij.
Rien wacht nu ruim een jaar op
een uitspraak naar aanleiding van zijn derde beroep. Bij een andere Nederlander
heeft die uitspraak jaren ( ik dacht 4 jaar) op zich laten wachten, er is geen
duidelijkheid wanneer Rien hier een uitspraak in kan verwachten. Als de
uitspraak bekend is, wordt hij opgeroepen (ervaring n.a.v. eerder uitspraken) en
via een luikje krijgt hij de uitspraak vervolgens te horen in het Thais. De
vertaling is gebrekkig. En dat is het dan. De vorige keer was het negatief, hij
kon weer terug de cel in. Ik kon geen optimisme bespeuren bij Rien. Wel een
soort berusting. Ik vroeg of ik nog iets voor hem kon doen. Hij had behoefte aan
cappuccino. Dat heb ik later in de gevangeniswinkel nog voor hem gekocht. In
eerste instantie had ik aan vers fruit, tandpasta e.d. gedacht. Verder vroeg hij
via zijn zus een oproep te doen of mensen hem af en toe een zaterdagtelegraaf op
kunnen sturen, of de Elsevier. (Panorama is overigens ook welkom). Hij heeft een
PObox bij het postkantoor aan de overzijde van de straat. Een Thaise vriendin
brengt die post regelmatig tijdens het bezoekuur.
We konden vrij lang doorpraten.
Op een gegeven moment was het licht al uit, maar was de lijn nog open. Opeens
was dan toch het contact weg. We zwaaiden naar elkaar en ik stak een duim op,
als sterkte wens. Wat moet je anders? Rien vertelde toen het licht uitging en de
lijn open bleef, dat ze lang mochten doorpraten. Dat was ook wel eens anders,
dan krijgen ze stokslagen tegen de benen ten teken dat ze moeten opschieten.
Vandaag niks van dit alles.
Rien en de anderen werden weggeleid. Wij bleven achter, ieder met onze indrukken.
We wisselden ook even ervaring uit met de Britten. We liepen terug naar het
meldpunt. Weer werd het zakje met drop e.d. grondig bekeken. De
energie-tabletten (druivensuiker) kwamen niet door de keuring. Leek te veel op
pillen/'stuff'. Ik hoop dat hij de rest ook echt gekregen heeft.
Ik zag, doordat ergens een
massief ijzeren deur open en dicht ging, de Nederlanders nog in een flits door
een tuin weggeleid worden. Een laatste glimp. Wij liepen terug langs de rij
bezoekruimtes. Weer door de gele massief ijzeren deur, weer door de
detectiepoort, en kwamen weer buiten, buiten de gevangenismuren. Daar was ik mij
op dat moment erg van bewust. Ik was onder de indruk, mede door de trieste
indruk die Rien bij mij achterliet. Ervaringen van mijn broers waren weer heel
anders. (op prisonlife.nl komt ons gezamenlijke verhaal nog te staan.) We
wisselden ervaringen uit en liepen vervolgens bepakt en bezakt weer richting
boot. We lieten de langgerekte gevangenis, bijna allemaal laagbouw, en een
wachttoren achter een oranjegekleurd dik ijzeren spijlenhek achter ons. Dat er
ook palmbomen stonden in dit plaatje en een blauwe lichtbewolkte lucht de
achtergrond vormde, vond ik onwennig. Palmbomen associeer ik toch als eerste met
strand, zee, vrijheid. Zucht.
Op de boot (een buslijn, maar
dan per boot op de rivier in Bangkok) schreef ik kort wat me was opgevallen.
Deze aantekeningen hielpen me dit verhaal nu te schrijven. De wind in mijn haren
deed me goed, even in stilte op de boot zitten met mijn eigen gedachten was goed.
Daarna wachtte de hectique van de avondspits in Bangkok op ons. We gingen verder
met onze vakantie, maar het duurde even voor we die draad echt konden oppakken.
Nieuws uit Nederland doet Rien en de anderen goed. Schroom niet, stuur kaartjes,
een Telegraaf en (met het risico dat het er niet door heen komt) toch ook zakjes
cappuccino!
Verslag Wouter Meeuwisse:
Edy Tang en Li Yang zitten beiden in de Bangkwan
gevangenis in Bangkok. Een inval van de politie in het hotel van deze heren,
heeft een einde gemaakt aan hun vakantie. Er werden drugs aangetroffen in het
hotel waar zij zaten en beide heren zijn meegenomen. De eerste uitspraak was
vrijspraak, maar een tweede uitspraak betekende de doodstraf voor Edy en Li.
Anderhalve week nadat zij waren
overgeplaatst naar ‘deathrow’ vanuit de gewone cel, kwam ik bij Edy op bezoek.
Ik verwachtte een moeilijk gesprek. Edy kwam door de deuren heen en straalde
veel rust uit. Een vriendelijke en lachende man (44 jaar) keek mij aan en begon
in prima Nederlands te praten. Een ‘gezellig’ gesprek was het. Hij vertelde mij
een beetje over zijn overplaatsing, dat hij nu minder kon en minder mocht, maar
wel iets meer ruimte had. Hij zat met 9 anderen op cel (waaronder Li). Ook zijn
ketting om zijn enkels liet hij me zien, deze had hij al 30 maanden om. “Het is
net alsof je een hond bent”: vertelde hij me lachend…
Hij leek heel veel hoop te
hebben afwachtend op de laatste en derde uitspraak (welke opzich al 4 jaar kan
duren). Hoop laat leven, zeggen ze. Bij Edy ook zo te zien, en hoe. Ongelofelijk
wat een kracht. De indruk die ik van de gevangenis kreeg veranderde totaal door
zijn houding.
Na een gesprek van ongeveer een
half uur moesten we er een eind aan maken. Hij bedankte en vroeg of hij ook nog
heel even kon wisselen met Li, die zat twee telefoons verder met mijn moeder te
praten. Ook Li heel kort gesproken, maar veel meer dan hallo en sterkte kon er
qua tijd niet af helaas. Hij is 27, 3 jaar jonger dan ik ben. Ook hij heeft
dezelfde straf gekregen als Edy.
Verslag Zeger Meeuwisse:
Paradijselijk Thailand? Niet voor
iedereen!
Ik zie Thailand als paradijselijk, net als de
meeste Nederlanders. Er zijn er maar weinig die een andere beeld hebben over hun
verblijf hier. Hans Zegers, Adriaan, Jose, Yang en Tang, Machiel en Rien. Zij
verblijven in Bangkwang, ook wel Bangkok Hilton genoemd. De meesten verblijven
daar voor 100 jaar. In de gevangenis dus. Al dan niet schuldig aan drugssmokkel,
het lijkt niets uit te maken. Voor de Nederlanders natuurlijk wel, maar voor de
Thaise overheid niet. Tussen hun bezittingen werden drugs gevonden, dus schuldig,
ondanks het verhaal.
Mama wilde gevangenen bezoeken,
ik ook wel. Dat was het begin. Via prisonlife.nl en de stichting Epafras begreep
ik dat ene Hans Zegers daar ook zat. Zijn achternaam komt overeen met mijn
voornaam, dat was onze link, hoe oppervlakkig om te kiezen. Rick, Marlies en
Wouter zouden ook iemand bezoeken. Je moest je melden en aangeven welke
gevangene je wilde bezoeken. Vervolgens kon ik in de 7-eleven (winkel) van de
gevangenis boodschappen kopen voor Hans Zegers. Tja, wat? Mandarijnen,
pindakoekjes, cola en koffie? Kunnen ze daar koffie zetten of niet?
We werden omgeroepen. Een raar
gevoel bekroop me. Hoe is iemand die 100 jaar gevangenisstraf in Bangkok heeft?
Een topcrimineel? Als je het afzet tegen de Nederlandse strafmaat zeker wel.
Onmogelijk! 27 jaar voor de aanslagen in Madrid. Klinkt lang, erg lang. 100 jaar
in Thailand klinkt onmogelijk, dat zal dus wel niet kloppen. (ook achteraf gaat
het er bij mij niet in, het kan gewoon niet)
Het pakje boerenkool werd
opengemaakt, net als de Lakrisal-rolletjes. De opkikkertjes (hoe cru klinkt dat)
eveneens. Daarna mochten we door. Naar een ruimte met telefoons, een glazen
wand, tralies, een loze ruimte van een meter en tralies. Daarachter was een
tafeltje met telefoon. Ik vrijwillig, Hans niet. Het moet frustrerend en
pijnlijk zijn mij weg te zien lopen, zelf realiserende dat ……
Geen crimineel, geen woeste
kop, geen grote lompe vent. Nee, een normale man, type mijn buurman. Psycholoog
van beroep, heeft zelf in gevangenis Vught gewerkt en was tot 3 ½ jaar geleden
werkzaam bij de sociale dienst in Rotterdam. 3 Weekjes vakantie in Thailand, 2
vrienden ontmoet, op de terugreis 6800 pillen in zijn tas. BAM. Leven over. Weg
Nederland. Weg baan. Weg familie. Weg vrienden. Weg vrijheid. Weg alles! 6 x 4
meter, met 24 anderen opgesloten van 15.30 t/m 07.00 uur, daarna ‘vrij’ in een
betonnen bak, zonder schaduw (36OC) om te luchten.
Hans oogde fris, maar er zat
een doffe waas in zijn ogen. Ik was blij dat hij zelf vrolijk was, dat maakt het
bezoek een stuk makkelijker. Mag ik zo denken? Ja, ik denk het wel. Beter dit
denken en wel gaan, dan in je hostel blijven liggen. Hij dacht per dag, niet in
jaren. Het was overleven, dagelijks, Rick en Marlies hoorden verhalen over
ruzies, gevechten, messteken, doden etc. Zelf hoorde ik deze verhalen niet van
Hans Zegers. Buitenlanders staan iets hoger in de hiërarchie, waardoor het iets
draaglijker is. Maar draaglijk zal het nooit zijn!
“Is de eerste dag erger dan de
10e, of de 100e?” ‘Nee’, was het duidelijke antwoord van Hans. Went het? Ik weet
het niet, ik kan het me niet voorstellen. Van Nederland hoort hij nauwelijks
iets, 1 keer per maand komt er bezoek. Ongelofelijk.
“Kan ik iets voor je doen in
Nederland?” “Uhm, niet echt. Met alles ben ik blij, stuur een boek of zo.” Iets
later vroeg hij of hij zo bijdehand mocht zijn om te vragen of ik koffie voor
hem wilde kopen in de winkel. “Rook je?” vroeg ik. ‘Als een ketter.’ Ik hoop dat
de Marlboro goed gesmaakt heeft, beter dan Wonder.
Een bel, de lamp ging uit en de verbinding werd verbroken. Dat was het! Ik weer
naar buiten, hij niet. Ik kreeg 2 opgestoken duimen. Jezus, wat kan je doen? Is
dit genoeg geweest? Wat had hij eraan?
Over een paar dagen vlieg ik
terug, toch maar mijn tas goed bekijken. Een aanrader om langs te gaan wil je
een totaal beeld van Thailand krijgen.
Pffff. Ik weet nog niet eens 1 % van wat hij denkt.
Verslag Rick Meeuwisse op
bezoek bij Adriaan van Ommering:
Met de lokale boot van Bangkok gaan we naar de noordelijkste halte van de lijn.
Het eind van de vaart, het begin van Bangkwang. Zonder problemen vinden we de
gevangenis; hoge muren, uitkijktoren, een dikke gele stalen deur. Via
prisonlife.nl en stichting Epafras waren we op het idee gekomen om een
Nederlandse gevangene te bezoeken. Ik koos voor Adriaan Ommering, Over deze
persoon was niet veel bekend. In eerste instantie hoorde ik dat hij er pas sinds
drie weken zat, maar later bleek dat al 3,5 jaar te zijn.
Vooraf wat groente, fruit,
tandpasta, koffie en koekjes gekocht in de onder toezicht staande supermarkt.
Voor mij is het 10, misschien 15 euro, voor hem .. ik weet het niet eens.
Paspoortcontrole, twee uur
wachten (we houden ervan om op tijd te zijn) en onze namen werden omgeroepen.
Met z’n allen naar de overkant van de straat, waar we via een zij-ingang de
gevangenis binnen mochten. Geen ‘VDO’ maken stond overal groot aangegeven.
Ergens had ik dit al wel verwacht en had mijn camera al achtergelaten. Onze uit
Nederland meegebrachte pakjes boerenkool (instant) en lakrisal werden door de
controleurs opengemaakt, vakkundig besnoven maar e.e.a. mocht wel mee naar
binnen. Phew, was die 30 kilo (overdreven) zware doos bij onze bagage toch nog
ergens goed voor...
Met zeven man tegelijk (mijn broer en zus, vier anderen en ik) in een soort
galerij met hokjes. Ieder hokje was uitgerust met een telefoon en had het
volgende uitzicht; dikke tralies, dik glas, een leeg stuk (een meter of zo) waar
de bewakers doorheen konden lopen (tenminste, dat denk ik), weer dik glas, dikke
tralies en nog een hokje met een telefoon. Dit was de plek waar Adriaan kwam te
zitten.
Adriaan bleek een vriendelijke,
optimistische man van rond de 40, 1.95 meter lang en een net brilletje. Het viel
me meteen op dat hij een soort air over zich had van ‘Ach ja, ik zit hier nou
wel en het is zwaar klote, maar we kunnen er maar beter het beste van maken.’ In
het gesprek bleek hij dat inderdaad zo te voelen, en hij vertelde me dat hij in
Hans Zegers een maatje gevonden had om zijn visie te delen. De uitleg van de
situatie binnen was duidelijk en voor mij onbegrijpelijk. Adriaan had met zijn
1.95 meter lang een plek van 50cm bij 190cm om te slapen. Onmogelijk dus, maar
volgens mij worden dat soort dingen onderling wel geregeld (die Thai zijn
gemiddeld anderhalve meter lang (overdreven) dus het ging wel denk ik). Mocht
iemand dit verhaal lezen en besluiten naar Adriaan te gaan, neem dan game-boy
spellen mee. Adriaan vertelde me dat hij samen met Hans een gameboy had, en dat
ze daar samen veel lol mee hadden.
Het gesprek verliep heel
makkelijk, ik denk dat ik ‘mazzel’ had met Adriaan vanwege zijn optimisme en
haast vrolijke uitstraling.
Middenin ons gesprek ging een bel, en een minuut later werd de verbinding
verbroken. We hadden uiteindelijk dus maar drie kwartier of zo, en die vlogen
voorbij. Tip voor bezoekers: kom bij het ochtendspreekuur. Dan schijn je wel
twee uur te kunnen praten. Is voor hen ook leuker J.
Hoewel dit bezoekje me (nog
steeds) veel stof tot nadenken heeft gegeven, kan ik iedereen die een ochtend
van zijn of haar tijd in Bangkok kan en wil missen, aanraden een van de
gevangenen te bezoeken.